Post Description
De campagne kan opgedeeld worden in drie fasen. De eerste fase betreft de oorlog tussen de Italianen en de Britten, waarbij de Italianen verslagen werden en teruggedrongen werden tot diep in Libië.
De tweede fase betreft de Duitse inmenging in het conflict, toen Benito Mussolini hulp inriep van de Duitse leider Adolf Hitler. Erwin Rommel kreeg toen de leiding over het DAK, het Deutsches Afrikakorps. Hij kwam tot El Alamein in Egypte, maar werd uiteindelijk verslagen.
De derde fase is de inmenging van de Amerikanen, die de Franse koloniën Marokko, Algerije en Tunesië binnenvallen, terwijl Bernard Montgomery vanuit Egypte de aanval opent op de Duitsers. De Duitsers en Italianen worden teruggedrongentot in Tunis, waar de meesten gevangengenomen worden.
Generaal Erwin Rommel kreeg de leiding. Hij doopte zijn eenheden het Afrikakorps. Met zijn (spoedig weer twee) divisies en de restanten van de Italiaanse divisies pakte hij onmiddellijk de Britten beet. In een zeer beweeglijke oorlogsvoering dreef hij de Britten, waarvan de sterkte was toegenomen (het vormde nu het Britse 8e leger) voortdurend naar het oosten verder terug. Hij deed dit zo effectief, dat hij op 10 april 1941 het beleg voor Tobroek kon slaan. Aan geallieerde zijde was het commando overgenomen door Claude Auchinleck, die minder briljant in de woestijnoorlogsvoering bleek dan zijn voorganger Richard O'Connor. Toen deze voor een adviserend bezoek terugkeerde, werd hij door de Duitsers verrast en gevangengenomen. Rommel verkreeg dankzij zijn optreden van zijn tegenstanders de bijnaam Woestijnvos.
Door de taaie verdediging van Tobroek door vooral de Australiërs bleef het front vrij statisch tot december 1941. Hierna trok Rommel zich terug, om in het voorjaar opnieuw aan te vallen. Deze keer nam hij Tobroek wel in, op 21 juni 1942.
Rommel rukte nu verder op naar het oosten, richting Suezkanaal. In Berlijn werd reeds gedroomd van een Midden-oosten dat de Duitse zijde koos. Dit was niet geheel onmogelijk, want een deel van de bevolking in Syrië en Irak koesterde pro-Duitse gevoelens. Het Suezkanaal in handen van de asmogendheden zou een grote hinderpaal vormen voor de geallieerde aanvoer en communicatie: elk transport zou om Afrika heen moeten varen.
Generaal Claude Auchinleck trok zijn troepen terug naar El Alamein, een dorpje in Egypte, op 175 km van Alexandrië. Hier werd zijn noordflank gedekt door de Middellandse Zee, terwijl aan de zuidzijde de Qattara-depressie elke omsingeling verhinderde.Deze hellingen konden immers niet door gemotoriseerde voertuigen genomen worden.
Rommel viel op 1 juli aan, maar slaagde er in de Eerste slag om El Alamein niet in door de Britse linies te breken. Churchill beval een tegenaanval, maar verschillende achtereenvolgende tegenaanvallen liepen vast op de Duitse en Italiaanse verdediging. Toen Auchinleck verscheidene maanden tijd opeiste voor hij tot nieuwe aanvallen overging, verving Churchill in augustus 1942 het hele opperbevel in Noord-Afrika. Harold Alexander werd opperbevelhebber voor het Midden-Oosten en generaal Montgomery kreeg de leiding over het Britse 8e leger. Deze nam echter nog meer tijd dan Auchinleck voor de voorbereiding van een aanval, waardoor wel veel Amerikaans materieel kon worden aangevoerd. Pas op 23 oktober, toen hij 200.000 man en meer dan 1.000 tanks tegenover Rommels 100.000 man en 500 tanks kon stellen, kwam het Britse Achtste leger in beweging. Mede doordat Rommel afwezig was bij het begin van deze Tweede slag om El Alamein, en doordat Montgomery de absolute heerschappij in de lucht had, won het Britse leger deze veldslag. De veldslag was beslissend: na afloop bleken de Duitsers slechts 50 van hun 500 tanks over te hebben, terwijl de geallieerden er 500 hadden overgehouden.
Rommel trok zich terug, en deed dit wederom meesterlijk: ondanks de geallieerde suprematie in de lucht leed hij tijdens deze terugtocht vrijwel geen verliezen meer.
De geallieerde landing in november 1942 in Marokko, Algerije en Tunesië (Operatie Toorts) betekende een bespoediging van het einde. De Duitse en Italiaanse troepen in Noord-Afrika werden toen vanuit het oosten en het westen in de tang genomen. De aftocht van de asmogendheden in Noord-Afrika was nu onvermijdelijk. Rommel besefte dit maar al te goed, maar z'n voortdurende verzoeken om zijn soldaten naar Sicilië te evacueren werden door Hitler telkens in de wind geslagen. Hitler gaf telkens het bevel om tot de laatste man stand te houden.
In de Slag om Kasserinepas, de eerste directe confrontatie tussen Duitse en Amerikaanse troepen in de Tweede Wereldoorlog, brachten de Duitsers de Amerikanen nog ernstige verliezen toe, maar dit kon de kansen niet keren. Rommel werd vervangen door von Arnim. Deze vocht een bekwame campagne in Tunesië. De Amerikanen herstelden zich al snel onder leiding van de na deze slag benoemde generaal George Patton, die evenals Rommel een groot voorstander van een bewegingsoorlog met tanks was.
Op 13 mei 1943 gaven de laatste troepen as-strijdkrachten in Noord-Afrika zich over.
De veldtocht in Noord-Afrika werd door beide partijen als een "schone" veldtocht gezien. Beide kampen hadden respect voor hun tegenstanders en vermeden oorlogsmisdaden. Er was ook vrijwel geen burgerbevolking die in de weg kon lopen. Gevechtspauzes voor de afvoer van gewonden werden wederzijds gerespecteerd.
Formaat: Pdf.
Veel leesplezier!!!
(Ps. wil je dit boek als epub hebben, be my guest om het om te zetten.)
Comments # 0